De Boxschool

Een schoolvorm die past bij zelfstandige en creatieve leerlingen, die graag hun hersens gebruiken.
Laatste wijziging: 13-02-2006
Het resultaat van de werkgroep ‘hbschool’ die sinds 1999 over passend onderwijs heeft nagedacht voor hoogintelligente kinderen.
De visie
De Boxschool
Een alternatief leersysteem voor (hoog)begaafde leerlingen in het VO

De eerste grote lijnen

0. Inleiding
Ieder kind verdient het zijn of haar talenten te kunnen benutten. Met de juiste basis en in de juiste omgeving kan dat ook gelden voor leerlingen met een uitzonderlijk denktalent. Al enige tijd bestaat de roep om alternatieve vormen van onderwijs voor (hoog)begaafde leerlingen. De ervaring leert dat het reguliere schoolsysteem niet altijd even goed werkt voor kinderen met een hoog IQ, met een toenemende druk op het onderwijs als gevolg. Er zijn 22.500 leerlingen hoogbegaafd; combineer dit met de trend van individueel gericht onderwijs en het is duidelijk dat er een groot beroep wordt gedaan op leerkrachten. Op het moment ontbreekt het hen aan instrumentarium; er is weinig tot geen aangepast leermateriaal en ook aangepaste leersystemen zijn een zeldzaamheid. Deskundigen zien vaak geen andere oplossing dan het kind van school te halen en over te stappen op individuele begeleiding. ‘De Boxschool’ hoopt een oplossing te bieden voor dit probleem door binnen de schoolomgeving een flexibel en doeltreffend leersysteem te ontwikkelen.

In deze notitie vindt u de eerste grote lijnen, als aanzet tot verdere gedachtevorming.

1. Waarom is er een alternatief nodig?
Naast de hierboven geschetste druk op het onderwijssysteem, zijn de volgende argumenten te noemen.

Naar schatting de helft tot drie kwart van de 22.500 hoogbegaafde leerlingen ondervindt problemen in hun schoolloopbaan. Recente ervaringen laten zien dat die leerlingen gemakkelijk terecht komen in de zogenoemde ‘glijbaan’: ze beginnen bij het VWO en eindigen in het VMBO of thuis door vroegtijdig schoolverlaten. In de huidige kenniseconomie betekent dit een verloren potentieel, zeker nu er een tekort aan afgestudeerden in de exacte vakken ontstaat. De problemen blijven vaak jarenlang, want zonder diploma is het lastig werk te krijgen op het juiste niveau of zich verder te ontwikkelen.

Het huidige aanbod van lesmateriaal en de huidige aanpak sluit niet aan bij (hoog)begaafdheid. (Hoog)begaafde leerlingen hebben behoefte aan meer uitdaging en aan bevestiging waar het gaat om hun kennisniveau. Ze werken sneller en in grotere stappen, maar hebben ook richting en focus nodig, een einddoel om naar toe te werken (m.a.w. topdown leren: van het ‘waarom’ naar het ‘hoe’ en van abstractie naar details). Zo kunnen ze zich beter motiveren en leren ze om door te zetten. Meer zelfvertrouwen is het gevolg, met een positieve doorwerking in de sociale en emotionele ontwikkeling. Een kind dat lekker in zijn of haar vel zit, raakt immers niet gefrustreerd en is een prettiger (mede)leerling(e). In het huidige aanbod zijn er de volgende obstakels:
De leermethode is - voor hoogbegaafde leerlingen – onoverzichtelijk en daardoor weinig motiverend. Men begint met kleine stapjes, waardoor pas aan het einde het totale plaatje duidelijk wordt. (Hoog)begaafde leerlingen denken echter andersom: ze denken topdown.
Ook na veel leren kunnen hoogbegaafde leerlingen het gevoel houden niet zeker te zijn van hun kennis. Pas na een jaar is duidelijk of ze op het juiste niveau zitten.
Een hoogbegaafde leerling(e) kan gemakzuchtig worden en onder de maat presteren, omdat hij of zij weet dat pas aan het einde van het schooljaar de cijfers echt gaan tellen. Door nog even hard te studeren, gaat hij of zij nog wel over; de werkhouding is dan echter niet goed.
Mee moeten doen met de rest van de groep ervaart een hoogbegaafde leerling(e) als belemmerend en frustrerend. Die setting is niet bevorderlijk voor de sociale en emotionele ontwikkeling. Zo krijgt een kind al gauw het stempel ‘lastige leerling(e)’.
De mogelijkheid om flexibel te versnellen dan wel te vertragen is vrijwel afwezig in het huidige (jaar)systeem.

Deze nadelen zorgen er in belangrijke mate voor dat leerlingen met denktalent uiteindelijk niet in staat blijken om door te gaan tot de diploma-uitreiking.

2. Wat biedt ‘de Boxschool’?
De Boxschool daagt de leerling(e) uit in diens eigen nieuwsgierigheid en natuurlijke werklust, en levert daarvoor het geschikte materiaal. Het leersysteem bestaat uit drie delen: reguliere VWO-leerstof in bewerkte vorm (theorie), werkstukken (praktische toepassing van kennis) en een gezamenlijke dagopening en –sluiting (balans tussen leren en leven). De VWO-leerstof en werkstukinformatie is opgedeeld in duidelijk afgebakende ‘boxen’. Die boxen hebben een uitdagende inhoud – die zo veel mogelijk gedigitaliseerd wordt aangeboden - en moeten worden afgewerkt binnen duidelijke regels. Er is een minimale basissnelheid. Doel is elke leerling(e) een diploma te laten behalen, binnen 7 jaren. De school schept de juiste voorwaarden voor een gezonde ontwikkeling en betrekt daarbij ook de sociale omgeving, die zorgt voor voorbeeldfuncties en stimulans.

Belangrijk is dat de leerling(e) eigenstandig leert nadenken en leert om te gaan met zijn cognitieve vaardigheden. Alle elementen krijgen aandacht, zowel de rationele als de emotieve en sociale kanten. De leerling(e) kan zichzelf dan ontwikkelen tot een sociaalfunctionele volwassene met zelfvertrouwen, die zich zelfstandig in de samenleving beweegt en zijn of haar talent optimaal benut.

Onderpresterende leerlingen die uit het basisonderwijs overstappen naar het VO, zullen hier zonder veel hulp weer kunnen opbloeien. Ook andersoortige problematieken, tenzij te erg storend, kan deze vorm van onderwijs goed aan. Denk bijvoorbeeld aan leerlingen met faalangst of leerlingen die zich buiten de groep gesloten voelen.

Een belangrijk voordeel van het boxsysteem is ook dat de leerlingen gestimuleerd worden om voortdurend (4x per jaar) goede resultaten te halen. Ze kunnen niet pas aan het eind van het jaar even een ‘sprint’ trekken om alsnog over te gaan naar het volgende schooljaar. Dit bevordert de werkhouding.

De kosten zijn gelijk aan die bij het reguliere onderwijs; er is immers één leerkracht op circa 30 leerlingen. Ook is er evenveel lokaalruimte nodig als bij andere scholen.

Een leerlingenraad oefent invloed uit op het vraaggerichte onderwijs en bewaakt het halen van het primaire doel: elke leerling(e) moet een diploma halen. De leerlingen kunnen via hun raad dit doel optimaliseren, waarbij natuurlijk de kwaliteit van de opleiding nooit in het geding mag komen.

2.1 Uitwerking

Inhoud en behandeling van de stof
VWO-stof in bewerkte vorm: de theorie.
Het eerste deel van het boxensysteem bestaat uit de reguliere VWO-leerstof, die wordt opgeknipt in duidelijk afgebakende delen. De stof voor een VWO-jaar wordt opgedeeld in 4 boxen; het eerste jaar bestaat dus uit de boxen 1 tot en met 4. Zo komen er dus in totaal uiteindelijk 24 boxen (6 jaren x 4 boxen). De inhoud wordt op een manier aangeboden die meer aansluit bij de denkwijze van (hoog)begaafde leerlingen en meer uitdaging biedt. Waar mogelijk krijgen de leerlingen de stof digitaal aangeboden.

Werstukken: de praktijk.
Aan elke box wordt ook werkstukinformatie toegevoegd, waarmee de leerling(e) zijn kennis en kunde in de praktijk kan leren toepassen.

Groepsgesprekken: balans tussen leren en leven.
Iedere dag begint met een groepsgesprek, bijvoorbeeld over actuele nieuwsonderwerpen. Aan het einde van de dag komt de groep nogmaals bij elkaar om te filosoferen over een thema of te discussiëren.

Regels en begeleiding
Elke leerling(e) krijgt, voordat hij of zij start, de regels te lezen. In heldere formuleringen staat daarin waar de leerling(e) op kan rekenen, wat moet en wat mag. Zo is er een goede basis voor sturing en leren de leerlingen om te gaan met regels (en sancties).

Elke box moet eerst afgewerkt zijn voordat de volgende box geopend mag worden. Onder welke voorwaarden er geldt dat de leerling(e) een box met goed resultaat heeft afgerond, moet duidelijk zijn beschreven. Bij het openen van een volgende box is het aan de leerling(e) zelf om te beoordelen of het hem gaat lukken om de box succesvol af te sluiten.

Het verwerken van een box mag maximaal circa 2,5 maand duren, maar de leerling(e) mag versnellen door de box in bv. 1,5 maand te verwerken. Er is dus een flexibele leeromgeving, met een vaste minimum leersnelheid. Na bespreking met alle betrokkenen kan een leerling(e) die het niet haalt overstappen naar een andere vorm van onderwijs die beter bij deze leerling(e) past.

Wil een leerling(e) instromen in bv. het 3e jaar dan begint het met box 9. Stroomt een leerling(e) uit naar een reguliere VWO-school dan tellen de boxen die de leerling(e) tot dan toe heeft verwerkt.

De leerstof en werkstukken zijn allemaal zelfstandig te verwerken. Wil de leerling(e) helemaal de diepte in, dan kan dat. Maar er zijn uiteraard consequenties: als iets te laat wordt ingeleverd, levert dat een slecht cijfer op.

In groepen van circa 30 leerlingen verwerkt iedereen zijn eigen box, begeleidt door een mentor die tevens vakdocent is. Zijn er vragen, dan kunnen ze de vakdocent of hun mentor om een gesprek vragen. De mentor zorgt voor de voortgangscontrole en biedt coachende hulp waar dat nodig is.

De school heeft een optimale omvang van 6 groepen, ongeveer gelijk aan de jaargroepen van gewone scholen. Tussen die groepen is verloop mogelijk, ook gedurende het jaar. Pas na een boxwisseling kan de leerling(e) een andere mentor krijgen.

De leerlingen hoeven geen huiswerk te doen. Doordat de boxleerstof zo veel mogelijk gedigitaliseerd wordt aangeboden en de leerling(e) zelfstandig kan werken, is het ook beschikbaar voor leerlingen die (tijdelijk) thuis of in het ziekenhuis verblijven.

Toetsing en rapporten
In elke box zit naast de leerstof en werkstukonderwerpen een rapportmap, waarmee de box wordt afgesloten. In de rapportmap staan de cijfers voor de vakken en de werkstukken. Een inhoudsopgave met de cijfers geeft het overzicht. Naast cijfers vindt de leerling(e) er ook een beoordeling door de mentor, zodat hij of zij de eigen prestaties kan bijsturen. De mentor en leerling(e) houden na afsluiting van iedere box een gesprek.

Kennistoetsen kunnen zelfstandig aangevraagd en gemaakt worden, onder toezicht. De werkstukken worden beoordeeld op niveau en diepgang door middel van steekwoorden (verwerkt de leerling(e) de juiste onderwerpen in zijn werkstuk?). Eventueel worden deskundigen op bepaalde terreinen gevraagd om het ingeleverde werk mede te beoordelen. Practica en taal-practica kunnen klassikaal dan wel in een kleinere groep gebeuren. Data voor deze activiteiten worden aan het begin van het schooljaar vastgelegd. Of een leerling(e) aanwezig is telt mee in de beoordeling of een box afdoende verwerkt is of niet.

Dagindeling
De leerlingen komen om 8:30 uur op school en beginnen de dag gezamenlijk met het bespreken van een thema of het actuele nieuws. Daarna volgen er studie-uren, onderbroken met pauzes. Tijdens die studie-uren doen de leerlingen zelfstandig hun werk, stellen vragen en voeren voortgangsgesprekken met hun mentor. Na de middagpauze is er tijd voor werkstukken, praktijklessen en de talenpractica. Ook de middag bevat enkele pauzes. De toetsen kunnen op afspraak de hele dag door, uitgezonderd de praaturen, gemaakt worden. Elke dag wordt rond 15:30 uur afgesloten met een uurtje ‘filosofie’, waarin allerlei zaken besproken kunnen worden.

3. Wat is er nodig om de Boxschool te ontwikkelen?
Om de Boxschool tot een succes te maken is het nodig om te werken aan:
heldere en duidelijke regels voor leerling(e) en leerkracht, maar ook voor het schoolbeleidsplan. Basis voor die regels is een vraaggericht benadering: de leerling(e) geeft aan hoe snel het wil en kan, mits niet langzamer dan een zekere ondergrens.
De inhoud van de boxen. Dit houdt in dat de reguliere VWO-stof in 24 boxen wordt opgedeeld en dat die stof geschikt wordt gemaakt voor onderwijs aan de doelgroep leerlingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan top-downuitleg en zo min mogelijk herhalingen, maar ook een sterke mate van digitalisering. Aan de boxen wordt informatie over werkstukken toegevoegd.

Voorwaarden voor toelating. Iedere leerling(e) die geschikt is voor VWO/HAVO is in principe welkom.
Voorwaarden voor toetsing. Toetsing moet plaatsvinden op basis van andere criteria, niet gericht op het reproduceren van opgedane kennis maar gericht op creatief en zelfstandig denken.

Het volledig uitontwikkelen van de Boxschool zal naar schatting tot 5 jaar in  beslag nemen. In die periode wordt gefaseerd gewerkt aan de leermethodes en het vullen van de boxen met werkstukken en opdrachten. Tussentijdse evaluaties op voortgang, proces en kwaliteit zijn belangrijk om op schema te blijven.

Met het ontwikkelen zijn eenmalige kosten gemoeid. Wegen voor financiering hiervan worden nog gezocht. Gezien de positieve effecten t.a.v. druk op het onderwijssysteem, het terugdringen van vroegtijdig schoolverlaten en het investeren in de kenniseconomie kan gedacht worden aan betrokkenheid van overheids- of andere instanties.

Het is zinvol de ontwikkeling van de systematiek en de boxen in samenwerking aan te pakken met onderwijsdeskundigen, deskundigen op terrein van hoogbegaafdheid en een groep hoogbegaafde leerlingen zelf.

Initiatiefnemers(allen hoogbegaafd en actief in hb-land):
Willem Wind  (0032-14-828548)
Marlies Wind
Johan Frentz
Schrijfster: Mandy de Visser

© 17 Juni 2003


ik reageer       naar boven        home
De Boxschool