|
|
||||||||||||
|
De Boxschool
Een schoolvorm die past bij zelfstandige en
creatieve leerlingen, die graag hun hersens gebruiken.
|
|
|||||||||||
|
Laatste wijziging: 13-02-2006
|
|
|||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|
|||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||
|
De visie
|
|
|||||||||||
|
|
||||||||||||
|
De Boxschool
Een alternatief leersysteem voor
(hoog)begaafde leerlingen in het VO
De eerste grote lijnen
0. Inleiding
Ieder kind verdient het zijn of haar
talenten te kunnen benutten. Met de juiste basis en in de
juiste omgeving kan dat ook gelden voor leerlingen met een
uitzonderlijk denktalent. Al enige tijd bestaat de roep om
alternatieve vormen van onderwijs voor (hoog)begaafde
leerlingen. De ervaring leert dat het reguliere schoolsysteem
niet altijd even goed werkt voor kinderen met een hoog IQ, met
een toenemende druk op het onderwijs als gevolg. Er zijn 22.500
leerlingen hoogbegaafd; combineer dit met de trend van
individueel gericht onderwijs en het is duidelijk dat er een
groot beroep wordt gedaan op leerkrachten. Op het moment
ontbreekt het hen aan instrumentarium; er is weinig tot geen
aangepast leermateriaal en ook aangepaste leersystemen zijn een
zeldzaamheid. Deskundigen zien vaak geen andere oplossing dan
het kind van school te halen en over te stappen op individuele
begeleiding. ‘De Boxschool’ hoopt een oplossing te
bieden voor dit probleem door binnen de schoolomgeving een
flexibel en doeltreffend leersysteem te ontwikkelen.
In deze notitie vindt u de eerste grote
lijnen, als aanzet tot verdere gedachtevorming.
1. Waarom is er een alternatief nodig?
Naast de hierboven geschetste druk op het
onderwijssysteem, zijn de volgende argumenten te noemen.
Naar schatting de helft tot drie kwart van
de 22.500 hoogbegaafde leerlingen ondervindt problemen in hun
schoolloopbaan. Recente ervaringen laten zien dat die
leerlingen gemakkelijk terecht komen in de zogenoemde
‘glijbaan’: ze beginnen bij het VWO en eindigen in
het VMBO of thuis door vroegtijdig schoolverlaten. In de
huidige kenniseconomie betekent dit een verloren potentieel,
zeker nu er een tekort aan afgestudeerden in de exacte vakken
ontstaat. De problemen blijven vaak jarenlang, want zonder
diploma is het lastig werk te krijgen op het juiste niveau of
zich verder te ontwikkelen.
Het huidige aanbod van lesmateriaal en de
huidige aanpak sluit niet aan bij (hoog)begaafdheid.
(Hoog)begaafde leerlingen hebben behoefte aan meer uitdaging en
aan bevestiging waar het gaat om hun kennisniveau. Ze werken
sneller en in grotere stappen, maar hebben ook richting en
focus nodig, een einddoel om naar toe te werken (m.a.w. topdown
leren: van het ‘waarom’ naar het ‘hoe’
en van abstractie naar details). Zo kunnen ze zich beter
motiveren en leren ze om door te zetten. Meer zelfvertrouwen is
het gevolg, met een positieve doorwerking in de sociale en
emotionele ontwikkeling. Een kind dat lekker in zijn of haar
vel zit, raakt immers niet gefrustreerd en is een prettiger
(mede)leerling(e). In het huidige aanbod zijn er de volgende
obstakels:
De leermethode is - voor hoogbegaafde
leerlingen – onoverzichtelijk en daardoor weinig
motiverend. Men begint met kleine stapjes, waardoor pas aan het
einde het totale plaatje duidelijk wordt. (Hoog)begaafde
leerlingen denken echter andersom: ze denken topdown.
Ook na veel leren kunnen hoogbegaafde
leerlingen het gevoel houden niet zeker te zijn van hun kennis.
Pas na een jaar is duidelijk of ze op het juiste niveau zitten.
Een hoogbegaafde leerling(e) kan
gemakzuchtig worden en onder de maat presteren, omdat hij of
zij weet dat pas aan het einde van het schooljaar de cijfers
echt gaan tellen. Door nog even hard te studeren, gaat hij of
zij nog wel over; de werkhouding is dan echter niet goed.
Mee moeten doen met de rest van de groep
ervaart een hoogbegaafde leerling(e) als belemmerend en
frustrerend. Die setting is niet bevorderlijk voor de sociale
en emotionele ontwikkeling. Zo krijgt een kind al gauw het
stempel ‘lastige leerling(e)’.
De mogelijkheid om flexibel te versnellen
dan wel te vertragen is vrijwel afwezig in het huidige
(jaar)systeem.
Deze nadelen zorgen er in belangrijke mate
voor dat leerlingen met denktalent uiteindelijk niet in staat
blijken om door te gaan tot de diploma-uitreiking.
2. Wat biedt ‘de Boxschool’?
De Boxschool daagt de leerling(e) uit in
diens eigen nieuwsgierigheid en natuurlijke werklust, en levert
daarvoor het geschikte materiaal. Het leersysteem bestaat uit
drie delen: reguliere VWO-leerstof in bewerkte vorm (theorie),
werkstukken (praktische toepassing van kennis) en een
gezamenlijke dagopening en –sluiting (balans tussen leren
en leven). De VWO-leerstof en werkstukinformatie is opgedeeld
in duidelijk afgebakende ‘boxen’. Die boxen hebben
een uitdagende inhoud – die zo veel mogelijk
gedigitaliseerd wordt aangeboden - en moeten worden afgewerkt
binnen duidelijke regels. Er is een minimale basissnelheid.
Doel is elke leerling(e) een diploma te laten behalen, binnen 7
jaren. De school schept de juiste voorwaarden voor een gezonde
ontwikkeling en betrekt daarbij ook de sociale omgeving, die
zorgt voor voorbeeldfuncties en stimulans.
Belangrijk is dat de leerling(e)
eigenstandig leert nadenken en leert om te gaan met zijn
cognitieve vaardigheden. Alle elementen krijgen aandacht, zowel
de rationele als de emotieve en sociale kanten. De leerling(e)
kan zichzelf dan ontwikkelen tot een sociaalfunctionele
volwassene met zelfvertrouwen, die zich zelfstandig in de
samenleving beweegt en zijn of haar talent optimaal benut.
Onderpresterende leerlingen die uit het
basisonderwijs overstappen naar het VO, zullen hier zonder veel
hulp weer kunnen opbloeien. Ook andersoortige problematieken,
tenzij te erg storend, kan deze vorm van onderwijs goed aan.
Denk bijvoorbeeld aan leerlingen met faalangst of leerlingen
die zich buiten de groep gesloten voelen.
Een belangrijk voordeel van het boxsysteem
is ook dat de leerlingen gestimuleerd worden om voortdurend (4x
per jaar) goede resultaten te halen. Ze kunnen niet pas aan het
eind van het jaar even een ‘sprint’ trekken om
alsnog over te gaan naar het volgende schooljaar. Dit bevordert
de werkhouding.
De kosten zijn gelijk aan die bij het
reguliere onderwijs; er is immers één leerkracht
op circa 30 leerlingen. Ook is er evenveel lokaalruimte nodig
als bij andere scholen.
Een leerlingenraad oefent invloed uit op
het vraaggerichte onderwijs en bewaakt het halen van het
primaire doel: elke leerling(e) moet een diploma halen. De
leerlingen kunnen via hun raad dit doel optimaliseren, waarbij
natuurlijk de kwaliteit van de opleiding nooit in het geding
mag komen.
2.1 Uitwerking
Inhoud en behandeling van de stof
VWO-stof in bewerkte vorm: de theorie.
Het eerste deel van het boxensysteem
bestaat uit de reguliere VWO-leerstof, die wordt opgeknipt in
duidelijk afgebakende delen. De stof voor een VWO-jaar wordt
opgedeeld in 4 boxen; het eerste jaar bestaat dus uit de boxen
1 tot en met 4. Zo komen er dus in totaal uiteindelijk 24 boxen
(6 jaren x 4 boxen). De inhoud wordt op een manier aangeboden
die meer aansluit bij de denkwijze van (hoog)begaafde
leerlingen en meer uitdaging biedt. Waar mogelijk krijgen de
leerlingen de stof digitaal aangeboden.
Werstukken: de praktijk.
Aan elke box wordt ook werkstukinformatie
toegevoegd, waarmee de leerling(e) zijn kennis en kunde in de
praktijk kan leren toepassen.
Groepsgesprekken: balans tussen leren en
leven.
Iedere dag begint met een groepsgesprek,
bijvoorbeeld over actuele nieuwsonderwerpen. Aan het einde van
de dag komt de groep nogmaals bij elkaar om te filosoferen over
een thema of te discussiëren.
Regels en begeleiding
Elke leerling(e) krijgt, voordat hij of
zij start, de regels te lezen. In heldere formuleringen staat
daarin waar de leerling(e) op kan rekenen, wat moet en wat mag.
Zo is er een goede basis voor sturing en leren de leerlingen om
te gaan met regels (en sancties).
Elke box moet eerst afgewerkt zijn voordat
de volgende box geopend mag worden. Onder welke voorwaarden er
geldt dat de leerling(e) een box met goed resultaat heeft
afgerond, moet duidelijk zijn beschreven. Bij het openen van
een volgende box is het aan de leerling(e) zelf om te
beoordelen of het hem gaat lukken om de box succesvol af te
sluiten.
Het verwerken van een box mag maximaal
circa 2,5 maand duren, maar de leerling(e) mag versnellen door
de box in bv. 1,5 maand te verwerken. Er is dus een flexibele
leeromgeving, met een vaste minimum leersnelheid. Na bespreking
met alle betrokkenen kan een leerling(e) die het niet haalt
overstappen naar een andere vorm van onderwijs die beter bij
deze leerling(e) past.
Wil een leerling(e) instromen in bv. het 3e jaar
dan begint het met box 9. Stroomt een leerling(e) uit naar een
reguliere VWO-school dan tellen de boxen die de leerling(e) tot
dan toe heeft verwerkt.
De leerstof en werkstukken zijn allemaal
zelfstandig te verwerken. Wil de leerling(e) helemaal de diepte
in, dan kan dat. Maar er zijn uiteraard consequenties: als iets
te laat wordt ingeleverd, levert dat een slecht cijfer op.
In groepen van circa 30 leerlingen
verwerkt iedereen zijn eigen box, begeleidt door een mentor die
tevens vakdocent is. Zijn er vragen, dan kunnen ze de vakdocent
of hun mentor om een gesprek vragen. De mentor zorgt voor de
voortgangscontrole en biedt coachende hulp waar dat nodig is.
De school heeft een optimale omvang van 6
groepen, ongeveer gelijk aan de jaargroepen van gewone scholen.
Tussen die groepen is verloop mogelijk, ook gedurende het jaar.
Pas na een boxwisseling kan de leerling(e) een andere mentor
krijgen.
De leerlingen hoeven geen huiswerk te
doen. Doordat de boxleerstof zo veel mogelijk gedigitaliseerd
wordt aangeboden en de leerling(e) zelfstandig kan werken, is
het ook beschikbaar voor leerlingen die (tijdelijk) thuis of in
het ziekenhuis verblijven.
Toetsing en rapporten
In elke box zit naast de leerstof en
werkstukonderwerpen een rapportmap, waarmee de box wordt
afgesloten. In de rapportmap staan de cijfers voor de vakken en
de werkstukken. Een inhoudsopgave met de cijfers geeft het
overzicht. Naast cijfers vindt de leerling(e) er ook een
beoordeling door de mentor, zodat hij of zij de eigen
prestaties kan bijsturen. De mentor en leerling(e) houden na
afsluiting van iedere box een gesprek.
Kennistoetsen kunnen zelfstandig
aangevraagd en gemaakt worden, onder toezicht. De werkstukken
worden beoordeeld op niveau en diepgang door middel van
steekwoorden (verwerkt de leerling(e) de juiste onderwerpen in
zijn werkstuk?). Eventueel worden deskundigen op bepaalde
terreinen gevraagd om het ingeleverde werk mede te beoordelen.
Practica en taal-practica kunnen klassikaal dan wel in een
kleinere groep gebeuren. Data voor deze activiteiten worden aan
het begin van het schooljaar vastgelegd. Of een leerling(e)
aanwezig is telt mee in de beoordeling of een box afdoende
verwerkt is of niet.
Dagindeling
De leerlingen komen om 8:30 uur op school
en beginnen de dag gezamenlijk met het bespreken van een thema
of het actuele nieuws. Daarna volgen er studie-uren,
onderbroken met pauzes. Tijdens die studie-uren doen de
leerlingen zelfstandig hun werk, stellen vragen en voeren
voortgangsgesprekken met hun mentor. Na de middagpauze is er
tijd voor werkstukken, praktijklessen en de talenpractica. Ook
de middag bevat enkele pauzes. De toetsen kunnen op afspraak de
hele dag door, uitgezonderd de praaturen, gemaakt worden. Elke
dag wordt rond 15:30 uur afgesloten met een uurtje
‘filosofie’, waarin allerlei zaken besproken kunnen
worden.
3. Wat is er nodig om de Boxschool te
ontwikkelen?
Om de Boxschool tot een succes te maken is
het nodig om te werken aan:
heldere en duidelijke regels voor
leerling(e) en leerkracht, maar ook voor het schoolbeleidsplan.
Basis voor die regels is een vraaggericht benadering: de
leerling(e) geeft aan hoe snel het wil en kan, mits niet
langzamer dan een zekere ondergrens.
De inhoud van de boxen. Dit houdt in dat
de reguliere VWO-stof in 24 boxen wordt opgedeeld en dat die
stof geschikt wordt gemaakt voor onderwijs aan de doelgroep
leerlingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan top-downuitleg en zo
min mogelijk herhalingen, maar ook een sterke mate van
digitalisering. Aan de boxen wordt informatie over werkstukken
toegevoegd.
Voorwaarden voor toelating. Iedere
leerling(e) die geschikt is voor VWO/HAVO is in principe
welkom.
Voorwaarden voor toetsing. Toetsing moet
plaatsvinden op basis van andere criteria, niet gericht op het
reproduceren van opgedane kennis maar gericht op creatief en
zelfstandig denken.
Het volledig uitontwikkelen van de
Boxschool zal naar schatting tot 5 jaar in beslag nemen.
In die periode wordt gefaseerd gewerkt aan de leermethodes en
het vullen van de boxen met werkstukken en opdrachten.
Tussentijdse evaluaties op voortgang, proces en kwaliteit zijn
belangrijk om op schema te blijven.
Met het ontwikkelen zijn eenmalige kosten
gemoeid. Wegen voor financiering hiervan worden nog gezocht.
Gezien de positieve effecten t.a.v. druk op het
onderwijssysteem, het terugdringen van vroegtijdig
schoolverlaten en het investeren in de kenniseconomie kan
gedacht worden aan betrokkenheid van overheids- of andere
instanties.
Het is zinvol de ontwikkeling van de
systematiek en de boxen in samenwerking aan te pakken met
onderwijsdeskundigen, deskundigen op terrein van
hoogbegaafdheid en een groep hoogbegaafde leerlingen zelf.
Initiatiefnemers(allen hoogbegaafd en
actief in hb-land):
Willem Wind (0032-14-828548)
Marlies Wind
Johan Frentz
Schrijfster: Mandy de Visser
© 17 Juni 2003
|
|
|||||||||||
|
Menu
De visie
-
Reacties
|
|
|||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
