INTRANET

Informatie over de passer
passer.gif



Eerst stel je de passer in. Beide punten staan dan zover uit elkaar als de straal van de cirkel. De straal is de helft van de diameter van de cirkel. En de diameter is de afstand binnen de cirkel, gemeten door het middelpunt ofwel de langste afstand binnen de cirkel.
De prikpen zet je stevig vast, daar waar het middelpunt van de cirkel moet komen. Vervolgens houd je de tekenpen iets schuin en draai je een rondje met die pen. De prikpen dient stevig op de plaats te blijven. Het is goed gegaan als je weer uitkomt op de plek waar je begon.




Praktische toepassing
De passer kun je natuurlijk toepassen om cirkels te tekenen. Maar ook kun je een gelijkbenige driehoek maken omdat je met de passer de beide benen afpast zodat die even lang worden. Vroeger werd de passer vooral gebruikt voor het afpassen ofwel meten van afstanden. Dit gebeurde vooral op zee. De passer werd zodanig opengezet dat de afstand tussen de twee pennen gelijk was aan bijvoorbeeld 10 zeemijlen. Door met een passer te werken met twee prikpennen kun je dan ‘lopend’ over de beoogde route, bepalen hoeveel zeemijlen het totaal is. Probeer het maar eens uit.




Toetswerk
Teken een cirkel met een straal van 4 cm
Teken een cirkel met een diameter van 6 cm